De Nederlandse ‘militaire revolutie’ tijdens de tachtigjarige oorlog

Nederlandse militaire revolutie

Voor Nederlanders om trots te zijn op hun eigen land is het belangrijk om de geschiedenis te kennen van de periode dat ons land gevormd heeft. Helaas wordt er op onze scholen niet genoeg aandacht besteed aan de bijzondere en positieve kanten van onze geschiedenis. Eén zo’n positief punt is hoe Nederland tijdens de tachtigjarige oorlog het grote Spanje van zich af wist te houden door de wijze van oorlogsvoering te verbeteren. Deze wijziging had een dermate grote impact dat het onder historici ook wel de ‘Nederlandse militaire revolutie’ werd genoemd.

De tachtigjarige oorlog speelde zich af van 1568 tot 1648 en werd aan Nederlandse zijde geleid door onder meer Willem van Oranje, Willem Lodewijk en Maurits van Nassau. Het werd de mannen duidelijk dat, om het grote Spanje te verslaan, het nodig was om iets nieuws te bedenken om op het open veld een militair voordeel te behalen.

Sleutel tot succes was het open veld

In die tijd werden veldslagen voornamelijk uitgevochten door middel van belegeringen van steden. Volgens historicus Olaf van Nimwegen was Nederland goed in het verdedigen van belegeringen en lag de sleutel tot het verslaan van de Spanjaarden in het verbeteren van vechten op open veld.

“Hij die meester is van het veld, is meester van het land van de vijand. Hij kan lopen waar die wil.”

John Bingham

Het Spaanse leger hanteerde destijds een driehoeksformatie bestaande uit piekeniers en musketiers. Meestal aangevuld met cavalerie en artillerie. Met deze combinatie moesten de piekeniers, de musketier beschermen van cavalerie aanvallen, terwijl de musketiers er lustig op los schoten.

Het Nederlandse leger veranderd in 1595 de soldaten met zwaard voor meer geweren zodat het leger uiteindelijk alleen nog maar uit piekeniers en musketiers bestond, met nog een beetje artillerie erbij.

Inspiratie vanuit de oudheid

Ter inspiratie van de verandering van oorlogsvoering werd er inspiratie geput uit oorlogsvoering vanuit de oudheid, uit het oude Rome en de Macedonische falanx, waarmee Alexander de Grote de wereld veroverd. Uiteindelijk werd de machtige falanx verslagen door de meer beweegbare Romeinse manipel wat voor Maurits van Nassau, prins van Oranje, dan ook een logische keuze was om daar zijn inspiratie uit te halen.

Nederland koos voor een ruitenformatie met beweegbaardere soldaten en splitste zijn eenheden op in kleinere groepen van ongeveer 500 tot 800 man, die mekaar sneller konden aflossen, waardoor soldaten verser bleven en er langer doorgevochten kon worden.

Musketiers konden in die tijd maar twee keer per minuut schieten, waardoor het noodzakelijk dat ze mekaar konden aflossen. Nederland koos vaak voor maarliefst 10 rijen die mekaar afwisselde tijdens gevechten. De voorste rij schoot, waarna deze naar achteren bewoog en de tweede rij iets naar voren. Vervolgens schoot deze nieuwe voorste rij, waarna deze weer naar achteren bewoog, enzovoort.

Maurits van Nassau kwam er echter achter dat dit niet ideaal was, daar de musketiers te kwetsbaar waren voor aanstormende cavalerie en de musketiers zich niet snel genoeg achter de piekeniers konden verschuilen.

Piekeniers en musketier opereerden als een eenheid

Hierdoor werd er een nieuwe formatie bedacht waarbij de piekeniers voor de musketiers bleven staan en op het moment van beginnen schoof de eerste rij musketiers, door de piekeniers heen, naar voren om te schieten, bewogen ze zich, door de piekeniers heen, ook weer terug, om vervolgens afgelost te worden door de nieuwe rij van musketiers.

“A production line of death”

Geoffrey Parker

Deze revolutionaire manier van oorlogsvoering, hoewel eerder evolutionair genoemd kan worden, was dermate succesvol dat het zich snel over Europa heen verspreidde en geadopteerd werd door bijvoorbeeld de Zweedse leider Gustav II Adolf, die er vervolgens weer zijn eigen draai aan wist te geven.

Bekijk het zeer interessante filmpje over de ‘Nederlandse militaire revolutie op YouTube en bewapen jezelf met de kennis over de kracht van Nederland, welke niet alleen is gekomen door superieure vormen van handel, maar ook door innovatieve manieren van denken op het gebied van oorlogsvoering.